Hoe een schilder een voorgerecht werd

Dit verhaal begint in de jaren 50 van de vorige eeuw en dan niet zomaar ergens, maar in een van de mooiste steden van de wereld, of in ieder geval een van de meest fotogenieke: Venetië. Aan de kade, met uitzicht op Giudecca, het eiland in de lagune, pal voor La Serenissima, zoals Venetië ook wel werd genoemd, zit Harry’s Bar. En de eigenaar van Harry’s Bar in die tijd was Giuseppe Cipriani. Tot zover (voor nu) de jaren 50.

Rond 1465, eeuwen daarvoor, werd in datzelfde Venetië de schilder Vittore Scarpazza geboren. De kunstenaar was getalenteerd: hij ging zelfs in de leer bij de grote Gentile Bellini. Hij maakte veel schilderijen met religieuze insteek, zoals in die tijd gebruikelijk was. Ze werden in opdracht gemaakt of vaak ook voor kerken of kloosters, als verfraaiing van het altaar of de gebedsruimten. Scarpazza was een man die op het juiste moment in de juiste tijd leefde: zijn talent was gezocht en hij leverde.

Zijn grootste roem vergaarde hij met een serie schilderijen over het leven van de Heilige Ursula. Ursula was de dochter van de koning van Bretagne en werd ‘beloofd’ aan een niet-katholieke prins. De koning was daar geen voorstander van, maar ging toch op het voorstel in. Zijn voorwaarde: zijn dochter moest worden vergezeld door, hou je vast 11.000 frisse maagden (succes met zoeken, trouwens). De prins ging akkoord en liet zich dopen en samen gingen zij, zoals te doen gebruikelijk in die tijd, op pelgrimstocht naar Rome.

Helaas kwam de Attila de Hunnenkoning dat te weten (lijkt me ook niet zo vreemd, als er ineens 11.002 mensen, waarvan 11.000 maagden door Europa trekken), en sloeg aan het moorden. Hij maakte van alles en iedereen een martelaar, nadat Ursula weigerde met Attila te trouwen. Tot zover dit bloederige intermezzo.

Voor Vittore was dit genoeg stof om een serie van negen werken te maken over het leven van de Heilige Ursula. De schilderijen blonken uit in stijl en verbeeldingskracht en maakten naam in Europa. Vittore, die wel goed ging op deze faam en aandacht (en daarmee ook geld, want de commissies waren uitermate lucratief), besloot in de tussentijd zijn naam te veranderen. Scarpazza werd, jawel, Carpaccio. Vittore Carpaccio was geboren.

Terug naar de jaren 50 van onze tijd. Giuseppe Cipriani krijgt een beroemde gast in zijn bar: het is Amalia Nani Mocenigo. De Venetiaanse gravin had een zwakke gezondheid en leed aan bloedarmoede, waardoor ze door haar arts op een strikt dieet was gezet. Belangrijk ingrediënt: rood vlees. Cipriani’s fantasie slaat op hol en hij maakt een gerecht voor haar: dungesneden plakjes bief, elegant gepresenteerd op elkaar. Perfect voor het dieet van de gravin. Hij noemt het gerecht naar het onderwerp van een tentoonstelling die op dat moment wordt gehouden in Venetië: Vittore Carpaccio. Waarom: hij vond de kleuren die Carpaccio gebruikte, wel heel veel overeenkomen met zijn nieuwe gerecht. Oordeel zelf: het gaat vooral om dit werk.

(Bindende lunchtip!)

Carpaccio